In je hart schuilt een enorm geheim. Daar word je je nooit bewust van, omdat je al een tijd in een wereld leeft waar geen licht schijnt. Je hart en je geest zijn weggenomen door de duivel. Je ogen zijn bedekt door de duisternis; je ziet noch de zon, noch de glinsterende ster in de nacht. Je oren zijn verstopt met leugenachtige woorden en hoort de donderende stem van Jehova niet, of het geluid van stromend water van de troon.
Jullie zijn allemaal blij om beloningen te ontvangen voor het aangezicht van God en om in Zijn ogen bij Hem in de gunst te komen. Dat is ieders wens zodra hij geloof in God krijgt. De mens streeft immers met heel zijn hart naar hogere zaken en niemand wil bij anderen achterblijven. Zo gaat dat met de mens.


