Heb geen bedenkingen over de beproevingen van God
Na het ontvangen van een getuigenis van Job na het einde van zijn beproevingen, besloot God dat Hij een groep zou verwerven – of meer dan een groep – van mensen zoals Job, maar Hij besloot om nooit meer toe te staan dat Satan een andere persoon aanviel of misbruikte met de middelen waarmee hij Job had verleid, aangevallen en misbruikt, door te wedden met God. God stond Satan niet toe ooit de mens die zwak, dwaas en onwetend is, weer dergelijke dingen aan te doen – het was genoeg dat Satan Job had verleid! Het is de genade van God om Satan niet toe te staan mensen te misbruiken hoe hij maar wil. Voor God was het genoeg dat Job had geleden onder de verleiding en het misbruik van Satan. God stond Satan niet toe om ooit weer dergelijke dingen te doen, want het leven en alles van mensen die God volgen wordt geregeerd en georkestreerd door God en Satan is niet gerechtigd om de uitverkorenen van God zoals hij dat wil te manipuleren – dit punt moet voor jullie helder zijn! God geeft om de zwakheid van de mens en begrijpt zijn dwaasheid en onwetendheid. Hoewel, om de mens volledig te redden, moet God hem aan Satan overhandigen. God is nooit bereid om te zien dat de mens door Satan voor de gek wordt gehouden en misbruikt. Hij wil de mens niet altijd zien lijden. De mens is door God geschapen en het is volkomen gerechtvaardigd dat God alles van de mens regeert en bepaalt. Dit is de verantwoordelijkheid van God en het gezag waardoor God alle dingen regeert! God staat niet toe dat Satan de mens naar believen misbruikt en mishandelt, Hij staat niet toe dat Satan verschillende middelen aanwendt om de mens te misleiden en, bovendien, staat Hij niet toe dat Satan ingrijpt in Gods soevereiniteit over de mens, noch staat Hij toe dat Satan de wetten vertrapt en vernietigt waarmee God alle dingen beheerst, om nog maar te zwijgen over Gods grote werk om de mensheid te leiden en te redden! Degenen die God wil redden en degenen die getuigenis van God kunnen afleggen zijn de kern en de uitkristallisatie van het werk van Gods zesduizend jaar durende managementplan, evenals de prijs van Zijn inspanningen in Zijn werk van zesduizend jaar. Hoe kon God terloops deze mensen aan Satan geven?
Mensen maken zich vaak zorgen over en zijn bang voor de beproevingen van God, maar leven te allen tijde in de strik van Satan en leven op gevaarlijk terrein waar ze worden aangevallen en misbruikt door Satan – nog steeds weten ze niet wat angst is en blijven onbewogen. Wat is er aan de hand? Het geloof van de mens in God is slechts beperkt tot wat hij kan zien. Hij heeft geen enkele waardering voor Gods liefde en zorg voor de mens, noch voor Zijn tederheid en aandacht voor de mens. Maar vanwege een beetje angst en vrees voor Gods beproevingen, oordeel en tuchtiging, majesteit en toorn heeft de mens niet het geringste begrip van Gods goede bedoelingen. Bij het noemen van beproevingen krijgen mensen het gevoel alsof God bijbedoelingen heeft en sommigen geloven zelfs dat God kwaadwillende plannen herbergt en zijn zich niet bewust van wat God eigenlijk met hen voor heeft. Dus, op hetzelfde moment dat ze roepen gehoorzaam te zijn aan Gods soevereiniteit en regelingen, doen ze al het mogelijke om weerstand te bieden aan en zich te verzetten tegen Gods soevereiniteit en de regelingen voor de mens, want ze geloven dat ze, als ze niet oppassen, door God misleid zullen worden, dat als ze hun eigen lot niet in de hand houden, alles wat ze hebben door God kan worden afgenomen en dat hun leven zelfs beëindigd kan worden. De mens is in het kamp van Satan, maar hij maakt zich nooit zorgen om misbruikt te worden door Satan. En hij wordt misbruikt door Satan, maar is nooit bang gevangen genomen te worden door Satan. Hij blijft zeggen dat hij Gods redding accepteert, maar heeft nog nooit op God vertrouwd of geloofd dat God de mens werkelijk zal redden uit de klauwen van de Satan. Als de mens zich net als Job kan onderwerpen aan Gods orkestraties en regelingen en zijn hele wezen aan God kan geven, zal dan het einde van de mens niet hetzelfde zijn als het einde van Job – het ontvangen van Gods zegeningen? Als de mens Gods heerschappij kan aanvaarden en zich eraan kan onderwerpen, wat valt er dan te verliezen? En dus stel ik voor dat jullie voorzichtig zijn ten aanzien van jullie daden en voorzichtig zijn betreffende alles wat op het punt staat over jullie heen te komen. Wees niet overhaast of impulsief en behandel God en de mensen, zaken en objecten die Hij voor jullie heeft geregeld niet volgens je vurige bloed of natuurlijkheid, of naar gelang je fantasieën of opvattingen; jullie moeten voorzichtig zijn ten aanzien van jullie daden en jullie moeten bidden en meer zoeken om Gods toorn niet aan te wakkeren. Onthoud dit!
Nu zullen we vervolgens kijken hoe het met Job was na zijn beproevingen.
5. Job na zijn beproevingen
Job 42:7-9 Nadat Jehova deze woorden tot Job had gesproken, zei Jehova tegen Elifaz de Temaniet: “Ik ben toornig op jou en je twee vrienden. Jullie hebben namelijk niet juist over mij gesproken, maar mijn dienaar Job wel. Haal daarom zeven jonge stieren en zeven rammen op en ga daarmee naar mijn dienaar Job. Breng een brandoffer voor jezelf en mijn dienaar Job zal voor jullie bidden. Ik zal naar hem luisteren, zodat ik jullie dwaasheid niet zal vergelden. Jullie hebben immers niet juist over mij gesproken, maar mijn dienaar Job wel.” Toen deden Elifaz de Temaniet, Bildad de Suhiet en Zofar de
Naämathiet wat Jehova ze had opgedragen. Eveneens aanvaarde Jehova Job.
Job 42:10 En Jehova bracht een omkeer in het lot van Job nadat hij voor zijn vrienden had gebeden. Jehova gaf Job zelfs het tweevoudige van wat hij eerst had.
Job 42:12 En Jehova zegende Job later nog meer dan in het begin. Hij bezat uiteindelijk veertienduizend schapen, zesduizend kamelen, duizend span runderen en duizend ezelinnen.
Job 42:17 En toen stierf Job, oud en verzadigd van het leven.
Zij die God vrezen en kwaad mijden, worden dierbaar geacht door God, terwijl zij die dwaas zijn door God veracht worden
In Job 42:7-9, zegt God dat Job Zijn dienaar is. Zijn gebruik van de term ‘dienaar’ om te verwijzen naar Job toont Jobs belang in Zijn hart; ook al zei God niet dat Hij Job hoger acht, maakte deze benaming geen verschil voor Jobs plek in Gods hart. Hier is ‘dienaar’ Gods bijnaam voor Job. Gods meerdere referenties aan ‘mijn dienaar Job’ laten zien hoe blij Hij was met Job en hoewel God het niet had over de betekenis achter het woord ‘dienaar,’ kan Gods definitie van het woord ‘dienaar’ gevonden worden in Zijn woorden in deze passage van de bijbel. God zei eerst tot Elifaz, de Temaniet: “Ik ben toornig op jou en je twee vrienden. Jullie hebben namelijk niet juist over mij gesproken, maar mijn dienaar Job wel.” Deze woorden zijn de eerste keer dat God openlijk aan de mensen had verteld dat Hij alles wat Job heeft gezegd en gedaan na zijn beproevingen door God, accepteerde, en zijn de eerste keer dat Hij openlijk de juistheid en correctheid van alles wat Job had gezegd en gedaan, had bevestigd. God was boos op Elifaz en de anderen door hun onjuiste, absurde betogen, omdat ze net als Job Gods verschijning niet konden zien of Gods woorden konden horen in hun leven. Toch had Job zo’n precieze kennis van God, terwijl zij alleen maar blind konden gissen naar God, Gods wil overtreden en Zijn geduld beproeven in alles wat ze deden. Derhalve, terwijl alles wat Job gezegd of gedaan had geaccepteerd werd, werd God toornig tegenover de anderen, want in hen kon Hij niet zien dat ze werkelijk godvrezend waren, maar hoorde ook geen godvrezendheid in hun woorden. Vandaar dat God vervolgens de volgende eisen aan hen stelde: “Haal daarom zeven jonge stieren en zeven rammen op en ga daarmee naar mijn dienaar Job. Breng een brandoffer voor jezelf en mijn dienaar Job zal voor jullie bidden. Ik zal naar hem luisteren, zodat ik jullie dwaasheid niet zal vergelden.” In deze passage vertelt God Elifaz en de anderen iets te doen iets wat ze van hun zonden verlost, want hun dwaasheid was een zonde tegen Jehova God en dus moesten ze brandoffers offeren om hun fouten te herstellen. Brandoffers worden vaak aan God geofferd, maar wat ongebruikelijk is aan deze brandoffers is dat ze werden aangeboden aan Job. Job werd door God aanvaard, omdat hij tijdens zijn beproevingen getuigenis van God aflegde. Ondertussen werden tijdens zijn beproevingen deze vrienden van Job ontmaskerd; vanwege hun dwaasheid waren ze door God veroordeeld en hebben zij de toorn van God ontstoken, en zouden ze gestraft moeten worden door God – gestraft door brandoffers te geven voor Job – waarna Job voor ze bad om Gods straf en toorn jegens hen weg te nemen. Het was Gods bedoeling om hen te schande te maken, want het waren geen mensen die God vreesden en het kwaad meden, en ze hadden Jobs integriteit veroordeeld. In één opzicht vertelde God hen dat hij hun daden niet accepteerde, maar dat Hij Job zeer wel accepteerde en van hem genoot; in een ander opzicht zei God tegen hen dat als je door God wordt geaccepteerd, je als mens wordt verheven, dat de mens door God wordt afgekeurd vanwege zijn dwaasheid en het feit dat God daardoor wordt beledigd, wat laag en gemeen is in Gods ogen. Dit is hoe God twee typen mensen definieert, ze zijn Gods houdingen ten aanzien van deze twee typen mensen, en ze zijn Gods vertolking van de waarde en status van deze twee typen mensen. Hoewel God Job Zijn dienaar noemde, in Gods ogen was deze dienaar geliefd en was met gezag bekleed voor anderen te bidden en hun fouten te vergeven. Deze dienaar kon rechtstreeks met God praten en direct voor God verschijnen, zijn status was hoger en eerbiedwaardiger dan die van anderen. Dit is wat het woord “dienaar,” gesproken door God, werkelijk betekent. Job kreeg deze bijzondere eer vanwege zijn godvrezendheid en het mijden van het kwaad, en de redenen waarom anderen geen dienaar genoemd werden door God was omdat zij God niet vreesden en het kwaad niet meden. Deze twee duidelijk van elkaar verschillende houdingen ten opzichte van God Zijn houdingen ten opzichte van twee typen mensen: zij die God vrezen en het kwaad mijden, zijn door God geaccepteerd, worden in Zijn ogen gezien als kostbaar, terwijl diegenen die dwaas zijn en God niet vrezen niet in staat zijn het kwaad te mijden, niet in staat zijn om Gods goedkeuring te verkrijgen; zij worden vaak verafschuwd en verdoemd door God en zijn laag in Gods ogen.
God bekleed Job met gezag
Job bad voor zijn vrienden en vanwege de gebeden van Job, pakte God ze daarna niet aan zoals dat bij hun dwaasheid hoorde – Hij strafte ze niet en nam geen vergelding tegen hen. En waarom was dat? Omdat de voorbeden voor hen van Gods dienaar Job Zijn oren hadden bereikt, vergaf God ze, want Hij accepteerde Jobs gebeden. En wat zien wij hierin? Als God iemand zegent, geeft Hij hen veel beloningen, en niet alleen materieel: God bekleed hen ook met gezag en geeft hen het recht om voor anderen te bidden, en God vergeet en ziet overtredingen van die mensen door de vingers vanwege het horen van deze gebeden. Dit is het daadwerkelijke gezag dat God aan Job gaf. Doordat Jobs gebeden hun veroordeling een halt toeriep, bracht Jehova God schande over de dwaze mensen – wat natuurlijk Zijn bijzondere straf voor Eliphaz en de anderen was.
Job is nogmaals gezegend door God, en nooit meer door Satan beschuldigd
Tussen Jehova Gods uitlatingen zijn de woorden die “Jullie hebben namelijk niet juist over mij gesproken, maar mijn dienaar Job wel.” Wat was het dat Job had gezegd? Daar spraken wij eerder over, evenals de vele pagina's met woorden in het Boek Job die Job gezegd zou hebben. In al deze vele andere pagina's met woorden, heeft Job nooit klachten of twijfels over God. Hij wacht simpelweg op het resultaat. Met dit wachten, wat zijn houding van gehoorzaamheid is, met als gevolg waarvan, en als gevolg van de woorden die hij tegen God sprak, Job door God werd geaccepteerd. Tijdens het doorstaan van zijn beproevingen en het lijden van ontberingen, stond God aan zijn zijde en hoewel de ontberingen door Gods aanwezigheid niet verminderden, zag God wat Hij wenste te zien en hoorde Hij wat Hij wenste te horen. Elk van Jobs daden en woorden bereikten de ogen en oren van God; God hoorde en Hij zag - en dat is een feit. Jobs kennis van God en zijn gedachten over God in zijn hart op dat moment, gedurende die periode, waren niet echt zo specifiek als die van mensen van vandaag de dag. Maar in de context van die tijd herkende God nog altijd alles wat Hij had gezegd, omdat zijn gedrag en de gedachten in zijn hart, wat hij had laten zien en geopenbaard, genoeg was om aan Zijn vereisten te voldoen. Toen Job aan zijn beproevingen werd onderworpen, liet dat wat hij dacht in zijn hart en hij zich voornam te doen, aan God een uitkomst zien die bevredigend was voor God. Daarna nam God Jobs beproevingen weg, kwam Job zijn beproevingen te boven, waren zijn beproevingen weg en zouden hem nooit meer overkomen. Omdat Job al onderworpen was aan beproevingen en ze goed had doorstaan en geheel over de Satan triomfeerde, gaf God hem de zegeningen, die hij zo verdiend had. Zoals vastgelegd in Job 42:10, 12, werd Job opnieuw gezegend en was hij gezegend met meer dan de eerste keer. Op dat moment had Satan zich teruggetrokken en niets meer gezegd of gedaan, en vanaf dat moment werd Job niet langer lastig gevallen of aangevallen door de Satan, en maakte de Satan niet langer verwijten over Gods zegeningen van Job.
Job besteedt het laatste deel van zijn leven te midden van Gods zegeningen
Hoewel zijn zegeningen toentertijd alleen beperkt waren tot schapen, runderen, kamelen, materiële dingen, enzovoorts, waren de zegeningen die God in Zijn hart aan Job wilde geven veel groter dan dit. Wat voor soort eeuwige beloften die God aan Job wilde geven, werden er in die tijd vastgelegd? In Zijn zegeningen aan Job zei God niets over zijn einde, en los van de belangrijke positie die Job in Gods hart had, was God samengevat zeer afgemeten in Zijn zegeningen. God kondigde het einde van Jobs leven niet aan. Wat houdt dit in? In die tijd, toen Gods plan het punt van de verkondiging van het menselijke einde nog moest bereiken, moest het plan de laatste fase van Zijn werk nog bereiken. God zei niets over het einde, slechts materiële zegeningen aan de mens schenkende. Wat dit betekent is dat het laatste deel van Jobs leven doorgebracht was te midden van Gods zegeningen, wat hem anders maakte dan andere mensen – maar net zoals zij werd hij ouder, en zoals elk ander normaal persoon naderde de dag dat hij de wereld vaarwel moest zeggen. Zo staat er “En toen stierf Job, oud en verzadigd van het leven” (Job 42:17). Wat is de betekenis van “stierf ... verzadigd van het leven” hier? In het tijdperk voordat God het einde van de mensen verkondigde, stelde God een levensverwachting in voor Job en toen zijn tijd was bereikt, stond Hij toe dat Job op natuurlijke wijze van deze wereld zou vertrekken. Van Jobs tweede zegen tot aan zijn dood gaf God hem geen tegenspoed meer. Voor God was Jobs dood natuurlijk en ook nodig, het was iets heel normaals en geen veroordeling of vervloeking. Terwijl hij nog leefde, had Job God aanbeden en gevreesd; met betrekking tot het soort einde dat hij na zijn dood zou hebben, had God niets gezegd en er geen enkele opmerking over gemaakt. God heeft een sterk gevoel van fatsoen in wat Hij zegt en doet en de inhoud en grondbeginselen van Zijn woorden en daden zijn overeenkomstig het stadium van Zijn werk en de tijd waarin Hij werkt. Wat voor soort einde heeft God in het hart voor iemand als Job? Had God een of andere beslissing genomen in Zijn hart? Natuurlijk had Hij dat! Alleen wist de mens dit niet; God wilde het de mens niet vertellen, noch had Hij de intentie daartoe. En zodoende, oppervlakkig gesproken, stierf Job van het leven verzadigd, en zo was het leven van Job.
De prijs door Job tijdens zijn leven beleefd
Leefde Job een waardevol leven? Waarin zat die waarde? Waarom wordt er gezegd dat hij een waardevol leven leidde? Wat was voor de mens zijn waarde? Vanuit menselijk oogpunt vertegenwoordigde hij de mensheid die God wil redden, door getuigenis te geven voor God voor Satan en de mensen van de wereld. Hij vervulde de door een schepsel van God te vervullen plicht, had een voorbeeldfunctie en trad op als een voorbeeld voor allen die God wenst te redden, zodat mensen kunnen zien dat het heel goed mogelijk is om over de Satan te zegevieren door op God te vertrouwen. En wat was zijn waarde voor God? Voor God lag de waarde van Jobs leven in zijn vermogen om God te vrezen, God te aanbidden, te getuigen van de daden van God en deze te prijzen, om God troost en vreugde te geven. Voor God lag de waarde van Jobs leven ook in hoe hij voor zijn dood zijn beproevingen doorstond en over de Satan zegevierde en daarvan getuigenis aflegde aan God voor Satan en de mensen van de wereld, waarin hij God verheerlijkte onder de mensheid, Gods hart troostend, zodat Gods begerige hart een uitkomst kon aanschouwen en hoop kon zien. Zijn getuigenis vormt een precedent voor het vermogen om standvastig te blijven in je getuigenis van God en om de Satan namens God te schande te zetten, in Gods managementwerk van de mensheid. Is dit niet de waarde van het leven van Job? Job bracht troost naar Gods hart en gaf God een voorproefje van de vreugde om verheerlijkt te worden en gaf daarmee een prachtig begin aan Gods managementplan. En vanaf dit moment werd de naam Job een symbool voor de verheerlijking van God, en een teken van de overwinning van de mensheid op Satan. Wat Job tijdens zijn leven beleefde en zijn opmerkelijke overwinning op Satan zal voor altijd door God worden gekoesterd, en zijn onberispelijkheid, oprechtheid en godvrezendheid zal door toekomstige generaties vereerd en geëvenaard worden. Hij zal voor altijd door God gekoesterd worden als een onberispelijke, stralende parel, en zo is hij het ook waard om door de mens gekoesterd te worden!
Laten we nu kijken naar Gods werk gedurende het Tijdperk van de Wet.
D. De Voorschriften van het Tijdperk van de Wet
De tien geboden
De principes voor het bouwen van altaren
Voorschriften voor de behandeling van dienaren
Voorschriften voor diefstal en compensatie
Het houden van het Sabbatjaar en de drie feesten
Voorschriften voor de Sabbatdag
Voorschriften voor de offers
Brandoffers
Graanoffers
Vredeoffers
Zondoffers
Overtredingsoffers
Voorschriften voor offers door priesters (Aäron en zijn zonen worden bevolen te gehoorzamen)
Brandoffers door Priesters
Graanoffers door priesters
Zondoffers door priesters
Overtredingsoffers door priesters
Vredeoffers door priesters
Voorschriften voor het eten van offers door priesters
Reine en onreine dieren (die wel en niet kunnen worden gegeten)
Voorschriften voor de zuivering van vrouwen na een bevalling
Normen voor het onderzoeken van melaatsheid
Voorschriften voor diegenen die van melaatsheid zijn genezen
Voorschriften voor het schoonmaken van geïnfecteerde huizen
Voorschriften voor personen die aan abnormale afscheidingen lijden
De Grote Verzoendag die één keer per jaar moet worden waargenomen
Voorschriften voor het slachten van runderen en schapen
Het verbod op het uitvoeren van afschuwelijke heidense praktijken (het niet plegen van incest, enzovoorts)
Voorschriften die door het volk moeten worden opgevolgd (“Wees heilig: want Ik, de HEER, uw God, ben heilig.”)
De terechtstelling van degenen die hun kinderen aan Moloch offeren
Voorschriften voor de bestraffing van de misdaad van overspel
Regels die door priesters in acht moeten worden genomen (regels voor hun dagelijks gedrag, regels voor de consumptie van heilige dingen, regels voor het brengen van offers, enzovoorts)
Feesten die in acht genomen moeten worden (de Sabbatdag, het Pesach, Pinksterfeest, de Grote Verzoendag, enzovoorts)
Andere voorschriften (het ontsteken van lampionnen, het Jubeljaar, de teruggave van het land, het afleggen van geloftes, het geven van tienden, enzovoorts)
De voorschriften van het Tijdperk van de Wet zijn het ware bewijs van Gods richting voor de hele mensheid
Dus hebben jullie de regels en principes van het Tijdperk van de Wet gelezen? Omvatten de regels een breed scala? Ten eerste hebben ze betrekking op de tien geboden, waarna de voorschriften komen voor het bouwen van altaren, enzovoorts. Daarna volgen de voorschriften voor het houden van de sabbat en het observeren van de drie feesten, waarna het voorschrift voor offerandes komt. Hebben jullie gezien hoe vele soorten van offergaven er zijn? Er zijn brandoffers, graanoffers, vredeoffers, zondoffers, enzovoorts. Zij worden gevolgd door voorschriften voor offergaven van priesters, waaronder brandoffers en graanoffers door priesters en andere vormen van offergaven. De achtste voorschriften zijn voor het eten van offergaven door priesters. En dan zijn er voorschriften voor wat moet worden nageleefd tijdens het leven van mensen. Er zijn bepalingen voor vele aspecten van het leven van mensen, zoals de voorschriften voor wat ze wel en niet mogen eten, voor de zuivering van vrouwen na de bevalling, alsmede voor degenen die zijn genezen van melaatsheid. In deze voorschriften gaat God zelfs zo ver om over ziekte te spreken, en er zijn zelfs regels voor het slachten van schapen en runderen, enzovoorts. Schapen en runderen zijn door God geschapen en je moet ze slachten op de manier die God je zegt. Er is zonder twijfel reden voor Gods woorden, het is zonder twijfel juist om te handelen naar Gods verkondiging en zeker in het voordeel van mensen! Er zijn ook feesten en regels na te volgen, zoals de Sabbatdag, Pesach, en meer – God sprak over ze allemaal. Laat ons eens kijken naar de laatsten: andere voorschriften – het ontsteken van de lampionnen, het Jubeljaar, de teruggave van het land, het afleggen van geloftes, het geven van tienden, enzovoorts. Omvatten deze geen breed scala? Het eerste om over te spreken is de kwestie van offergaven van mensen, dan zijn er voorschriften over diefstal en compensatie en het houden van de Sabbatdag …; alle details van het leven komen aan bod. Dat wil zeggen, toen God begon met het officiële werk van zijn managementplan, legde Hij veel regels vast die opgevolgd moeten worden door de mens. Deze regels waren om de mens het normale leven van de mens op aarde te kunnen laten leiden, een normaal leven van de mens dat niet te scheiden is van God en Zijn leiding. God vertelde de mens eerst hoe hij altaren moest maken, hoe hij de altaren moest opstellen. Daarna vertelde Hij de mens hoe hij een offer moest brengen en stelde Hij vast hoe de mens moest leven – waar hij in het leven op moest letten, waaraan hij zich moest houden, wat hij wel en niet moest doen. Wat God de mens oplegde was allesomvattend en met deze gewoonten, voorschriften en principes standaardiseerde Hij het gedrag van mensen, leidde Hij hun leven, leidde Hij hun inwijding in de wetten van God, leidde Hij hen naar het altaar van God, begeleidde Hij hen in het hebben van een leven te midden van alles wat God had gemaakt voor de mens die vervuld was van orde, regelmaat en matiging. God gebruikte deze eenvoudige voorschriften en principes voor het eerst om grenzen te stellen aan de mens, zodat de mens op aarde een normaal leven zou hebben van aanbidding van God, een normaal mensenleven zou hebben. Dat is de specifieke inhoud van het begin van Zijn zesduizend jaar durende managementplan. De voorschriften en regels behandelen een zeer brede inhoud, zij zijn de details van Gods sturing van de mensheid tijdens het Tijdperk van de Wet, ze moesten geaccepteerd en opgevolgd worden door de mensen die vóór het Tijdperk van de Wet kwamen. Zij zijn een verslag van het door God tijdens het Tijdperk van de Wet uitgevoerde werk en zij zijn het ware bewijs van Gods leiderschap en sturing van de gehele mensheid.
De mensheid is voor altijd onlosmakelijk verbonden aan Gods leringen en voorzieningen
In deze voorschriften zien wij dat de houding van God ten opzichte van Zijn werk, ten opzichte van Zijn management en ten opzichte van de mensheid serieus, gewetensvol, streng en verantwoordelijk is. Hij doet het werk dat Hij onder de mensheid moet doen volgens Zijn stappen, zonder enige discrepantie, de woorden sprekend die Hij moet spreken zonder enige fout of hapering, waarbij Hij de mens laat zien dat Hij onlosmakelijk verbonden is met Gods leiderschap en hoe belangrijk het is wat God tegen de mensheid doet en zegt. Ongeacht hoe de mens er in de volgende eeuw uitziet, kort gezegd, God deed deze simpele dingen in het eerste begin – gedurende het Tijdperk van de Wet. In Gods ogen waren de menselijke concepties van God, de wereld en de mensheid in dat tijdperk abstract en ondoorzichtig, en hoewel men een aantal bewuste ideeën en intenties had, waren alle onduidelijk of onjuist. Dus was de mensheid onafscheidelijk van Gods leringen en voorzieningen voor hem. De vroegste mensheid wist niets en daarom moest God de mens onderwijzen in de oppervlakkigste en meest basale beginselen om te overleven, maar ook levensvoorschriften, om de mens van deze dingen beetje bij beetje te doordrenken en daarmee de mens een geleidelijk begrip van God te geven, een geleidelijke waardering en begrip van Gods leiderschap, en een basisbegrip van de relatie tussen de mens en God, vanwege deze uit woorden bestaande voorschriften en regels. Na het bereiken van dit effect was God pas in staat beetje bij beetje om het werk te doen dat Hij later zou doen. Dus zijn deze regels en het werk dat God heeft gedaan in het Tijdperk van de Wet de basis van Zijn werk om de mensheid te redden en de eerste fase van het werk in Gods managementplan. Hoewel God voorafgaand aan het werk van het Tijdperk van de Wet tot Adam, Eva en hun nakomelingen had gesproken, waren die geboden en leringen niet zo systematisch of specifiek dat ze één voor één aan de mens konden worden gegeven en werden ze niet opgeschreven; noch werden het voorschriften. Dat komt omdat toentertijd Gods plan nog niet zo ver was gegaan. Pas toen God de mens tot deze stap had gebracht, kon Hij beginnen met het spreken over deze regels van het Tijdperk van de Wet en ze door de mens laten uitvoeren. Het was een noodzakelijk proces en het resultaat was onvermijdelijk. Deze eenvoudige gewoonten en voorschriften tonen de mens de stappen van Gods managementwerk en Gods wijsheid die onthuld wordt in zijn managementplan. God weet welke inhoud te gebruiken en wat nodig is om te beginnen, wat nodig is om verder te gaan, en wat te gebruiken opdat Hij een groep mensen kon verwerven die van Hem konden getuigen, Hij een groep mensen kon verwerven die met Hem eensgezind waren. Hij weet wat er in de mens omgaat, wat in de mens ontbreekt. Hij weet waarin Hij moet voorzien, hoe Hij de mens moet leiden, en zo weet Hij ook wat de mens wel en niet zou moeten doen. De mens is als een marionet: hoewel hij geen begrip had van Gods wil, kon hij niet anders dan zich tot op de dag van vandaag stap voor stap door Gods managementwerk laten leiden. Er was geen onduidelijkheid in Gods hart over wat Hij moest doen; in Zijn hart was er een helder en levendig plan, en Hij voerde het werk uit dat Hij Zelf volgens Zijn stappen en Zijn plan wilde doen, zich ontwikkelend van het oppervlakkige tot het diepgaande. Ondanks dat Hij nog niet aangegeven had welk werk Hij later zou doen, voerde Hij nog steeds Zijn verdere werk uit volgens Zijn plan, wat een manifestatie is van wat God heeft en is en ook van het gezag van God. Ongeacht welke fase van Zijn managementplan Hij uitvoert, Zijn gezindheid en substantie vertegenwoordigen Hemzelf. Dit is absoluut waar. Ongeacht het tijdperk of stadium van werk, ongeacht van welk soort mensen God houdt, welk soort mensen Hij verafschuwt, Zijn gezindheid en al wat Hij heeft en is, zal nooit veranderen. Hoewel deze voorschriften en principes die God tijdens het werk van het Tijdperk van de Wet heeft vastgesteld vandaag de dag heel eenvoudig en oppervlakkig lijken voor de mensen, en zelfs al zijn ze gemakkelijk te begrijpen en op te volgen, hierin schuilt nog steeds Gods wijsheid en ook de gezindheid van God en wat Hij heeft en is. Binnen deze blijkbaar eenvoudige regelgevingen wordt Gods verantwoordelijkheid en zorg naar de mensheid uitgedrukt, en de prachtige inhoud van Zijn gedachten, zodat de mens het feit dat God over alle dingen regeert en Zijn hand alles beheerst, zich waarlijk realiseert. Het maakt niet uit hoeveel kennis de mensheid beheerst, of hoeveel theorieën of mysteries hij begrijpt, voor God zijn geen van deze in staat om Zijn voorzieningen aan en leiderschap van de mensheid te vervangen. De mensheid zal voor altijd onafscheidelijk zijn van Gods leiding en het persoonlijke werk van God. Zo is de onlosmakelijke relatie tussen mens en God. Ongeacht of God je een bevel of een voorschrift geeft, of je voorziet van een waarheid om Zijn wil te begrijpen, ongeachte wat God doet, Zijn doel is om de mensheid naar een prachtige toekomst te leiden. Gods uitgesproken woorden en het werk dat Hij doet, zijn zowel de openbaring van een aspect van Zijn wezen als de openbaring van een aspect van Zijn gezindheid en Zijn wijsheid. Ze zijn een onmisbare stap van Zijn managementplan. Dit mag niet over het hoofd worden gezien! Gods wil is in alles wat Hij doet; God is niet bang voor misplaatste opmerkingen, en is ook niet bang voor menselijke opvattingen of gedachten over Hem. Hij doet slechts Zijn werk, en zet Zijn management overeenkomstig Zijn managementplan voort, niet gedwongen door om het even welke persoon, kwestie, of voorwerp.
OK, dat is alles voor vandaag. Tot de volgende keer!
9 november 2013
Geen opmerkingen:
Een reactie posten